Kameroen staat voor meer dan 652 miljard FCFA aan arbitragerisico's
Verhalen worden over talen heen gebundeld, herschreven in een vast redactioneel formaat en gekoppeld aan de originele bronnen.
Kort samengevat
- Kameroen loopt arbitrageverplichtingen en claims van meer dan 652 miljard FCFA (~1,08 miljard USD) op.
- Een ICC-tribunaal kende Sundance Resources 355 miljard FCFA toe wegens het Mbalam-Nabeba-mijnbouwproject.
- Piccini en Magil Construction zetten extra vorderingen door in verband met het Olembé-sportcomplex.
- Tollcam vraagt schadevergoeding na beëindiging van een publiek-private overeenkomst; er loopt een schikkingstraject.
Overzicht
De regering van Kameroen worstelt met arbitragebeslissingen en openstaande vorderingen van internationale bedrijven, waarbij de totale verplichtingen meer dan 652 miljard FCFA bedragen. De geschillen gaan over grote infrastructuur-, mijnbouw- en publiek-private samenwerkingsprojecten, met bevindingen en procedures bij internationale arbitragelichamen.
Wat er gebeurde
Sundance Resources, een Australisch mijnbouwbedrijf, maakte bekend dat het een ICC-arbitrageprijs in Parijs heeft gewonnen tegen de Staat Kameroen. Het tribunaal heeft Kameroen gelast ongeveer 355 miljard FCFA (meer dan 600 miljoen USD) te betalen wegens het intrekken van de mijnbouwrechten van Sundance in het Mbalam-Nabeba-ijzerertsproject en het verlenen van vergunningen aan een andere exploitant.
Het tribunaal stelde ook vast dat Kameroen een spoedige ICC-order van maart 2022 heeft geschonden, die het verlenen van de mijnbouwvergunning aan een derde partij verbood. Sundance had oorspronkelijk 5,5 miljard USD geëist, maar de uitspraak van het tribunaal is voor een lager bedrag.
Er zijn daarnaast vorderingen in verband met infrastructuurgeschillen rondom het Olembé-sportcomplex. Het Italiaanse bedrijf Piccini heeft een ICSID-arbitrageprocedure gestart en vraagt 250 miljard FCFA (ongeveer 381 miljoen euro), met een beroep op onrechtmatige beëindiging van een overeenkomst. Het Canadese Magil Construction voert bij de ICC een vordering van 17 miljard FCFA, omdat het volgens het bedrijf de beloofde financiering niet heeft ontvangen. Beide geschillen lopen nog.
Tollcam, een Frans consortium, stelt 30 miljard FCFA te vorderen in verband met een beëindigde PPP-overeenkomst voor geautomatiseerde tolstations. De arbitrageprocedure bij de ICC in Parijs is nog gaande, maar er zou naar verluidt een minnelijke schikking in voorbereiding zijn, met door de Kameroense regering begrote betalingen.
Achtergrond
Volgens het rapport over de certificering van de nationale rekeningen van Kameroen in 2024 maken deze geschillen deel uit van een bredere reeks rechtszaken waarmee de staat te maken heeft, waarbij het merendeel buitenlandse bedrijven en grootschalige infrastructuurcontracten betreft. De gerapporteerde verplichtingen behoren tot de grootste, maar extra geschillen met een lagere waarde kunnen het openbaar financieel beleid van Kameroen verder onder druk zetten.
De gerapporteerde bedragen vertegenwoordigen ofwel reeds gewezen uitspraken ofwel claims die momenteel bij de arbitragetribunalen van de ICC of ICSID aanhangig zijn. Werkelijke betalingen kunnen afhangen van handhaving en van eventuele verdere gerechtelijke stappen.
De uitkomsten uit deze toonaangevende zaken kunnen toekomstige besluitvorming en onderhandelingen beïnvloeden voor internationale investeerders en infrastructuurcontractanten die in Kameroen actief zijn.
Waarom dit ertoe doet
- De gerapporteerde arbitragebedragen vormen een direct en aanzienlijk financieel risico voor de overheidsfinanciën van Kameroen.
- Uitkomsten uit deze toonaangevende zaken kunnen het toekomstige handelen en de onderhandelingen beïnvloeden voor internationale investeerders en infrastructuurcontractanten die in Kameroen werken.
- De prominente rol van ICC- en ICSID-procedures onderstreept de betekenis van internationale arbitrage bij het oplossen van grote projectcontractgeschillen in Kameroen.
