De bevoegdheid van de Braziliaanse rechter om lopende arbitrage te schorsen - juridische analyse
Verhalen worden over talen heen gebundeld, herschreven in een vast redactioneel formaat en gekoppeld aan de originele bronnen. Hoe wij rapporteren.
Kort samengevat
- Braziliaanse rechtbanken kunnen doorgaans lopende arbitrage niet schorsen.
- Het scheidsgerecht heeft de primaire bevoegdheid om over zijn eigen bevoegdheid te beslissen.
- Rechterlijk ingrijpen is beperkt tot uitzonderlijke gevallen met evidente onwettigheid of 'pathologische' bedingen.
- Toetsing door de rechter is na de arbitraal uitspraak mogelijk via vernietigingsvorderingen.
Overzicht
Een recente juridische analyse behandelt de vraag of Braziliaanse rechtbanken arbitrage in voortgang kunnen onderbreken, met focus op het competence-competence-beginsel in de Braziliaanse Arbitragerecht (Wet 9.307/1996). Dit beginsel geeft scheidsgerechten de eerste bevoegdheid om hun eigen bevoegdheid en de geldigheid van arbitrageovereenkomsten te beoordelen, terwijl het tegelijkertijd de gevallen waarin de rechter vooraf mag ingrijpen strikt beperkt.
De bevoegdheid van het scheidsgerecht en de terughoudendheid van de rechter vóór een arbitrale beslissing staan centraal in deze beoordeling.
Wat er gebeurde
De analyse onderzoekt de praktische gevolgen van het competence-competence-beginsel in het Braziliaanse recht en bevestigt dat arbiters worden geacht om de meeste geschillen over hun eigen bevoegdheid, de geldigheid van arbitrageovereenkomsten en daarmee samenhangende procedurele kwesties te beslechten.
Het Superior Tribunal de Justiça (STJ) en het Hof van Justitie van São Paulo hebben volgens de analyse consequent geoordeeld dat, wanneer er betwistingen zijn over de arbitragebevoegdheid of de overeenkomst, het scheidsgerecht moet worden samengesteld en de eerste bevoegdheid heeft om over deze kwesties te beslissen.
Rechterlijk ingrijpen is in beginsel gereserveerd voor strikt uitzonderlijke gevallen waarin een manifeste onwettigheid of een 'pathologisch' arbitragebeding direct evident is, zoals niet-afdwingbare arbitrageclausules of geschillen met consumenten die niet door de arbitrageovereenkomst zijn gebonden.
Als er ondanks een arbitrageclausule toch een zaak aanhangig wordt gemaakt bij een rechtbank, schrijft het Braziliaanse recht voor dat de rechter de vordering zonder inhoudelijke beslissing moet afwijzen, zodat de arbitrage kan voortgaan. Formele rechterlijke toetsing is volgens de analyse uitsluitend toegestaan nadat de arbitraal uitspraak is gedaan, via vernietigingsprocedures die in de toepasselijke wettelijke regeling zijn bepaald.
Achtergrond
Het competence-competence-beginsel is een hoeksteen van het moderne arbitrage recht, bedoeld om de partijautonomie te beschermen en de effectiviteit van arbitrage als geschillenbeslechtingsmechanisme te waarborgen.
Brazilië heeft dit leerstuk gecodificeerd in Wet 9.307/1996, in aansluiting op internationale en Europese arbitrage-standaarden.
De rechtspraak van Brazilië's hoogste gerechten weerspiegelt voortdurende inspanningen om vroegtijdige rechterlijke inmenging te voorkomen en te verzekeren dat arbitrage niet ontspoort door vroege gerechtelijke betwistingen.
Waarom dit ertoe doet
- De juridische analyse bevestigt dat partijen die voor arbitrage in Brazilië kiezen, worden beschermd tegen routinematige of tactische gerechtelijke manoeuvres die zijn bedoeld om arbitrale procedures te stoppen of te vertragen.
- Het Braziliaanse arbitrage-regime, gebaseerd op het competence-competence-beginsel, biedt procedurele zekerheid en voorspelbaarheid voor zowel binnenlandse als internationale arbitragegebruikers, behalve in zeldzame gevallen van duidelijke onwettigheid of procedurele gebreken.
Bronnen
-
O Judiciário pode paralisar uma arbitragem em andamento?
conjur.com.br
