High Court Delhi handhaaft arbitragetoekenningen van 99 miljoen dollar in Vedanta-Ravva-olies geschil
Verhalen worden over talen heen gebundeld, herschreven in een vast redactioneel formaat en gekoppeld aan de originele bronnen. Hoe wij rapporteren.
Kort samengevat
- High Court Delhi legde twee buitenlandse arbitragetoekenningen ten uitvoer, samen 99 miljoen dollar.
- Vedanta en Ravva Oil kregen gelijk ondanks bezwaren van de Indiase overheid.
- De toekenningen hebben betrekking op een geschil over het Ravva-olielands Production Sharing Contract.
- De rechtbank beval dat bankgaranties binnen acht weken worden vrijgegeven.
Overzicht
De High Court Delhi heeft twee buitenlandse arbitragetoekenningen ter waarde van ongeveer 99 miljoen dollar ten uitvoer gelegd ten gunste van Vedanta Limited en het in Singapore gevestigde Ravva Oil. Het geschil vindt zijn oorsprong in een productie sharing contract (PSC) uit 1994 over het Ravva-olieland, waar de Indiase overheid handhaving betwist op verschillende gronden. De rechtbank verwierp de bezwaren van de overheid en gelast de vrijgave van bankgaranties die door de vennootschappen waren verstrekt.
Wat er gebeurde
Vedanta en Ravva Oil sloten in 1994 een PSC voor het Ravva-olieland (Krishna Godavari Basin) met meerdere partijen, waaronder de Government of India.
Geschillen over de uitleg van het contract leidden tot arbitrageprocedures met zetel in Kuala Lumpur, Maleisië. Het arbitraal tribunaal wees in 2004 een gedeeltelijke toekenning en in 2016 een eindtoekenning waarin de schadevergoeding werd gekwantificeerd - beide in het voordeel van Vedanta en Ravva Oil, samen 99 miljoen dollar.
Jurdische procedures van de Indiase overheid tegen de toekenningen in Maleisische rechtbanken liepen op niets uit: het Malaysian Court of Appeal en de Federal Court bevestigden de toekenningen.
Voor de High Court Delhi voerde de overheid bezwaren aan onder artikel 48 van de Arbitration and Conciliation Act, waarbij zij verwees naar openbare orde, verjaring en een vermeende overschrijding van de bevoegdheid door het tribunaal.
Rechter Jasmeet Singh verwierp deze bezwaren, met verwijzing naar de uitspraak van het Indiase Supreme Court in 2020 waarbij dezelfde partijen en dezelfde PSC waren betrokken, en stelde vast dat bezwaren over de inhoud of contractuitleg buiten het bestek van de tenuitvoerleggingsprocedure vallen.
De rechtbank stelde expliciet vast dat het verzoek tot tenuitvoerlegging tijdig was en beval dat de overheid de bankgaranties binnen acht weken moest vrijgeven.
Achtergrond
De zaak houdt verband met het beleid van de overheid om particuliere investeringen in Indiase olievelden te stimuleren en met daaropvolgende geschillen over de berekening van winstaandeel.
Indiase wet (Arbitration and Conciliation Act, 1996) staat de tenuitvoerlegging van buitenlandse arbitragetoekenningen toe, met dien verstande dat slechts een beperkte rechterlijke toetsing mogelijk is.
De procedurele voorgeschiedenis omvatte langdurige arbitrage- en gerechtelijke procedures in Maleisië en India, waarbij het Supreme Court eerder beslist had over samenhangende verjaringskwesties tussen dezelfde partijen.
Waarom dit ertoe doet
- Bevestigt de uitvoerbaarheid van buitenlandse arbitragetoekenningen tegen de Indiase overheid in commerciële contracten.
- Benadrukt het uitgangspunt van minimale rechterlijke inmenging in de fase van tenuitvoerlegging onder artikel 48 van de Arbitration and Conciliation Act.
- Biedt duidelijkheid voor investeerders die arbitragetrajecten overwegen in energieprojecten die verband houden met India.
Bronnen
-
Delhi High Court enforces foreign arbitration award in Vedanta-Ravva Oil dispute
thehindubusinessline.com
-
Vedanta-Ravva Oil dispute: Delhi High Court clears enforcement of foreign Arbitral Awards worth USD 99 million
indialegallive.com
-
Delhi High Court paves way for Centre to release $99 million in arbitral awards to Vedanta and Ravva Oil
barandbench.com
