Hoogste rechter van India verwijst collectieve rechtsvordering tegen Jindal Poly Films naar arbitrage

Verhalen worden over talen heen gebundeld, herschreven in een vast redactioneel formaat en gekoppeld aan de originele bronnen. Hoe wij rapporteren.

Kort samengevat

  • Het Hooggerechtshof van India heeft het geschil in de zaak van Jindal Poly Films naar arbitrage verwezen.
  • De zaak draaide om beschuldigingen dat meer dan ₹2.500 miljard is onttrokken via transacties met een te lage waardering.
  • Dit was de eerste corporate class action die voor het NCLT onder artikel 245 toelaatbaar werd geacht.
  • De oorspronkelijke verzoeker is uitgestapt en een vervangende verzoeker heeft ingestemd met arbitrage.

Overzicht

Op 8 juni 2024 verwees het Hooggerechtshof van India het geschil in een collectieve vordering tussen minderheidsaandeelhouders en Jindal Poly Films Ltd naar arbitrage, waarmee een opmerkelijke zaak onder artikel 245 van de Companies Act werd afgerond over vermeend financieel wangedrag en transacties met een te lage waardering. De rechtbank aanvaardde de instemming van alle partijen om het geschil via arbitrageprocedures te beslechten.

Wat er gebeurde

Het geschil werd in maart 2024 gestart door minderheidsaandeelhouder Ankit Jain en zijn familie. Zij stelden dat meer dan ₹2.500 miljard was onttrokken aan Jindal Poly Films via verkoop van activa tegen een te lage waardering en daarmee samenhangende transacties tussen verbonden partijen met entiteiten die gelieerd zijn aan de promoter.

De aandeelhouders wezen ook op investeringen door Jindal Poly in groepsvennootschappen in de energiesector en de daaropvolgende overdracht van die investeringen tegen te lage prijzen nadat schulden waren kwijtgescholden.

Het verzoek werd in februari 2026 door de National Company Law Tribunal (NCLT) toegelaten, waarmee voor het eerst een corporate class action-zaak in India dit stadium bereikte. De beschikking werd later bevestigd door de National Company Law Appellate Tribunal (NCLAT).

Nadat de leidende verzoeker zijn belang verkocht en zich terugtrok, werd Monet Securities Pvt. Ltd als verzoeker in de plaats gesteld en stemde zij in met arbitrage. Het Hooggerechtshof stelde de beschikkingen van de NCLT en NCLAT buiten werking en benoemde een enige arbiter, Manindra Mohan Shrivastava, om te beslissen.

Achtergrond

Artikel 245 van de Companies Act, 2013, is ingevoerd om de bescherming van minderheidsaandeelhouders in India te versterken en biedt ruimte voor collectieve actie na schandalen zoals Satyam.

Hoewel collectieve rechtsmiddelen in de VS en andere rechtsgebieden gebruikelijk zijn, zijn zij in het Indiase ondernemingsrecht zeldzaam en grotendeels ongetest. Deze zaak werd daarom nauwlettend gevolgd als mogelijk precedent, totdat de verwijzing naar arbitrage de gerechtelijke procedure beëindigde.

Waarom dit ertoe doet

  • De verwijzing laat zien hoe geschillen in het kader van de Companies Act in India mogelijk kunnen worden opgelost via arbitrage in plaats van langdurige procedures bij de rechter.
  • De uitkomst kan van invloed zijn op toekomstige vormen van activisme door minderheidsaandeelhouders en op de toepassing van collectieve rechtsvorderingen in het Indiase vennootschapsrecht.

Bronnen

Gerelateerde artikelen